Onze huidige omgang met voeding brengt met zich mee dat in de ongelofelijke stroom aan informatie omtrent voeding en de vele voedingsleren steeds meer tegenstrijdigheden te vinden zijn. In kooklessen en opleidingen stellen velen zich dan ook de vraag wat nog kan en mag gegeten worden in de huidige tijd.

Het louter kijken naar voeding vanuit de inhoudsstoffen levert niet alleen veel tegenstrijdigheden op, het is ook niet werkelijk in staat onder andere het overgewicht en de vele stofwisselingsproblemen terug te dringen. Het probleem dat zich hier stelt, is hoe we in de vele verschillende gezichtspunten en informatie omtrent voeding nog onze weg kunnen vinden en uiteindelijk met kennis van zaken een objectief eigen standpunt kunnen ontwikkelen. Daarbij is het me doorheen de jaren steeds duidelijker geworden dat we geen nieuwe voedingsleer nodig hebben maar vooral een ruimere manier van kijken om een vrije en individuele omgang met onze voeding tot stand te brengen. 

De vraag die zich hier dan ook aandient, is de volgende: hoe zou onze kijk op en onze omgang met voeding er in de toekomst in het ideale geval kunnen uitzien? 

Deze vraag opent een interessante opgave waarbij het zaak is een nieuwe voedingscultuur en sociale cultuur te gaan voor-denken, werkelijk concreet te gaan voor-denken en dit steeds verder ook te gaan door-denken. Zolang we ons geen helder en klaar beeld vormen over hoe een nieuwe voedingscultuur er zou kunnen uitzien, zal die cultuur ook niet tot stand komen. We dienen dus als het ware eerst een nieuwe voedingscultuur in gedachten te scheppen alvorens ze nadien stap voor stap kan worden omgezet. 

Het opbouwen van een nieuwe cultuur heeft geheel nieuwe gedachten nodig. Albert Einstein verwoordde dit in zijn ondertussen beroemd geworden citaat als volgt: “We kunnen problemen niet oplossen met hetzelfde denken als het denken dat het veroorzaakt heeft”. Het materialistisch-mechanistisch denken of het denken vanuit de inhoudsstoffen dient daarom, wat mij betreft, verruimd en aangevuld te worden met een concrete holistische kijk. Een vakkundige en concrete holistische kijk op voeding vond ik onder andere terug bij Heinz Grill en ook bij Rudolf Steiner. Ze beschrijven mogelijkheden om aan de hand van een verruimde kijk op de mens en op voeding een nieuwe levenskrachtige voedingscultuur en sociale cultuur op te bouwen. Een voedingscultuur die vertrekt van objectieve universele wetmatigheden die we ons eigen maken, die we individueel en subjectief kunnen ervaren en uiteindelijk na verloop van tijd ook praktisch kunnen omzetten. 

Het ziels-geestelijke mensbeeld 

Het mensbeeld van waaruit we vertrekken bepaalt uiteindelijk de inzichten waartoe we komen! Vertrekken we daarbij bijvoorbeeld vanuit een materialistisch-mechanistisch mensbeeld, vanuit een energetisch mensbeeld of vanuit een meer holistisch mensbeeld, dan komen we telkens tot andere inzichten met betrekking tot onze voeding en onze gezondheid. 

Met het mensbeeld hebben we een eerste interessante sleutel om wegwijs te geraken in de vele informatie en gezichtspunten. Wanneer we ons de vraag stellen en onderzoeken vanuit welk mensbeeld een bepaalde visie of voedingsleer vertrekt, dan werkt dit zeer verduidelijkend. 

Belangrijk hierbij is dat de ene voedingsleer en het ene mensbeeld niet méér is dan het andere maar dat we vooral actief leren onderzoeken en onderscheiden van waaruit een leer of visie wordt opgebouwd. Een waarheid op het materiële vlak kan daarbij aangevuld worden met een waarheid op energetisch vlak of een waarheid op ziels-geestelijk vlak. Het zijn stuk voor stuk waarheden maar ze vormen telkens een waarheid op een ander vlak. Door waarheden en wetmatigheden op de verschillende vlakken in kaart te brengen ontstaat een ruimere kijk. Het verruimen van het mensbeeld biedt dus concrete mogelijkheden om ook onze kennis van voeding en gezondheid te verruimen. 

Het opent een geheel nieuw vakgebied waarbij de studie van de verschillende mensbeelden in voeding een belangrijk onderdeel kan vormen van een nieuwe voedingscultuur. In de huidige tijd wordt vooral met voeding omgegaan vanuit de vraag: wat zit erin aan inhoudsstoffen? En waar is het goed voor op het vlak van onze fysieke gezondheid? Bekijken we voeding echter vanuit een ruimer mensbeeld, dan wordt ze niet meer louter bekeken in relatie tot de fysieke gezondheid maar ook in relatie tot onze energiehuishouding of onze levenskrachten en verder in relatie tot ons bewustzijn en zijn bewustzijnskrachten. 

De levenskrachten in voeding

Ook onze voeding kan vanuit een ruimer perspectief worden bekeken. We kunnen voeding bekijken vanuit de inhoudsstoffen alsook vanuit een wat ruimere blik, namelijk vanuit de levenskrachten, met een vakterm etherkrachten genoemd.

Voeding is “meer” dan alleen de inhoudsstoffen die we er in aantreffen. De vraag die we ons hierbij dienen te stellen is: wat is dat “meer” en hoe kunnen we dat “meer” zichtbaar maken? Dit “meer” zouden we kunnen omschrijven als de energetische component van onze voeding of de levenskrachten. 

De verschillende levenskrachten leren kennen en onderscheiden,  opent opnieuw een groot vakgebied om in de toekomst mee aan de slag te gaan. Er zijn vier levenskrachten die we kunnen onderscheiden en in hun werking kunnen leren kennen: de warmte-ether, de licht-ether, de chemische ether en de levens-ether. 

De levenskrachten kunnen zichtbaar worden gemaakt door middel van beeldvormende methoden zoals o.a. de kristallisatiebeelden, de stijgbeelden of chroma’s. Ik kreeg van mijn Nederlandse collega’s Paul Doesburg en Roelant De Vletter enkele beelden die je hieronder kunt bekijken. Onderzoeker voedingsvitaliteit Paul Doesburg bezorgde me enkele interessante kristallisatiebeelden die hij zelf maakte in zijn Crystal-lab en die hij ook voorzag van vakkundig commentaar. Collega Roelant De Vletter stuurde me enkele opmerkelijke stijgbeelden die hij eveneens maakte in zijn eigen laboratorium. 

Een nieuwe voedingscultuur en daarmee verbonden een dynamische landbouw zou in de toekomst niet alleen voeding dienen te voorzien van waardevolle “inhoudsstoffen”, ze zou er vooral voor moeten kunnen zorgen dat onze voeding ook “levenskrachtig” is. Het zijn namelijk net deze levenskrachten die voor de mens zo waardevol zijn, bekeken vanuit een ruimer gezichtspunt. De levenskrachten zouden, wat mij betreft, daarom in de toekomst als een nieuw kwaliteitscriterium kunnen gelden voor onze voeding.

Kristallisatiebeelden van Paul Doesburg

Wortelsap vers
Wortelsap na zeven dagen

Wortelsap, vers geperst (links) versus zeven dagen verouderd wortelsap van dezelfde wortels

Het verschil tussen beiden beelden is aanzienlijk, ofschoon dezelfde hoeveelheid sap en koperchloride gebruikt is. Het beeld van het verse sap heeft fijne, regelmatig gepositioneerde kristallisatienaalden. Het kristallisatiecentrum is duidelijk waarneembaar. Van hieruit wordt als het ware het hele kristallisatiebeeld georganiseerd. De naalden vormen krachtige naaldbanen die vanuit het centrum tot in de periferie reiken. Als je je aandacht op het beeldcentrum richt dan voel je je bij dit beeld als het ware naar buiten toe getrokken. Dit staat allemaal in schril contrast tot het beeld van het verouderde sap, wat er eerder vlak en krachteloos uitziet. (Beelden en tekst van Paul Doesburg, www.crystal-lab.nl )

Stijgbeelden van Roelant De Vletter

Ik denk dat niemand beter dan Roelant De Vletter zijn stijgbeelden kan beschrijven. Ik laat hem dan ook graag zelf aan het woord. In zijn boek Stijgbeelden 2 beschrijft hij nauwkeurig het principe van de chroma’s en de stijgbeelden: 

“Het stijgbeeld is een middel om aan te tonen hoe het met de vormkrachten van een product is gesteld. Het is ontwikkeld door Lili Kolisko op aanwijzingen van Rudolf Steiner. Je vijzelt een stukje van een plant drie minuten met éénzelfde hoeveelheid gedestilleerd water. Ook kun je een vloeistof, bijvoorbeeld melk of een vruchtensap, één op één verdunnen met gedestilleerd water. Als het over vaste stof gaat, zeef je het. Vervolgens pipetteer je 0.7 ml in een stijgbeeldglaasje en zet je er een verticaal kokertje chromapapier in. De vloeistof trekt omhoog. Als alles is opgezogen droog je het. Daarna zet je het in een schoon stijgbeeldglas met 1,4 ml zilvernitraat van een bepaalde verdunning, in het donker. Het zilvernitraat gaat een reactie aan met het sap. Als dat gebeurd is, zet je het in het licht. Dan ontwikkelt zich een beeld. Wonderschoon, net toveren. Als je dat beeld wilt bewaren, moet je het in lauw warm gedestilleerd water spoelen. Het is handig om er ook een foto van te maken. Dat is iets veiliger, want het beeld heeft de neiging om in de loop van de tijd te veranderen. Daarna komt de spannendste fase: het bekijken van het beeld. De beelden zijn zo verschillend en laten zo’n enorme schoonheid zien, dat het steeds weer een verrassing is wat er komt. Het beste is om beelden te vergelijken. Zo kun je aan de “verouderingsbeelden” zien dat de vormen vlakker, fletser worden. Je maakt een stijgbeeld van een verse prei en één die twee weken in de koelkast heeft gelegen en vergelijkt die. Of tussen verse melk en melk die oud is geworden. Interessant wordt het als je naar de kwaliteit gaat kijken van uiterlijk dezelfde producten. Bijvoorbeeld regulier en biologisch dynamisch. Mijn ervaring tot nu toe is dat het vaak boekdelen spreekt. Soms zelfs schokkend.” (Roelant De Vletter – www.stijgbeeld.nl)

Boek en bron

Tekst en foto’s zijn alle afkomstig uit het boek “Voeding en bewustzijnsontwikkeling – Een nieuwe voedings- en sociale cultuur op basis van spirituele wetmatigheden” van Peter Vandermeersch.   

In het boek staan de bovenstaande thema’s nog heel wat gedetailleerder en uitgebreider beschreven.  

Peter Vandermeersch. Vegetarische kok, meditatieleraar en geesteswetenschapper

www.dezonnekeuken.be

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *